BIG-wet

Op 9 november 1993 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel in de Individuele Gezondsheidszorg (BIG) aangenomen. Daarmee is een parlementair proces afgerond dat op 16 mei 1986 is begonnen met het indienen van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer. Hieraan is een lange maatschappelijke discussie voorafgegaan.

De Wet BIG bevat regels voor zorgverlening door beroepsbeoefenaren en beoogt de bevordering van de kwaliteit van de beroepsbeoefening en de bescherming van de patiënt.

De BIG is een kaderwet. Dit betekent dat zij alleen de grote lijnen aangeeft.

Doel en achtergronden

De Wet BIG heeft als doelstelling de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren.

De wet spitst zich toe op de individuele gezondheidszorg, dat wil zeggen zorg die rechtstreeks is gericht op een persoon.

De wet BIG komt in de plaats van alle twaalf bestaande wettelijke beroepenregelingen. De oudste daarvan is de Wet op uitoefening van de geneeskunst (WUG) uit 1865. Sindsdien is er op het terrein van de gezondheidszorg het nodige veranderd. Sommige regelingen waren dan ook onmiskenbaar verouderd.

De Wet BIG regelt nu opnieuw de zorgverlening door beroepsbeoefenaren. In plaats van het verbod op uitoefening van de geneeskunst is er nu een wettelijke regeling die het geneeskundig handelen in principe vrijlaat. Daarmee is ieders vrijheid om de hulpverlener te kiezen die hij of zij wenst, vergroot. Wel noemt de Wet BIG een aantal voorbehouden handelingen. Deze mogen alleen worden verricht door daartoe bevoegde beroepsbeoefenaren, in te voorkomen dat door ondeskundig handelen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s voor de patiënt ontstaan.

Bovendien is in de wet aan de vrijheid van medisch handelen een strafbepaling toegevoegd: het toebrengen van schade aan iemands gezondheid is strafbaar.

Voor een beperkt aantal beroepen wordt titelbescherming ingevoerd. Een dergelijke titel geeft aan dat de drager deskundig is op een bepaald terrein van de gezondheidszorg. Het tuchtrecht voor de verschillende groepen beroepsbeoefenaren wordt aangepast. Nieuw is dat bepaalde groepen voor het eerst onder tuchtrecht komen te vervallen.

De Wet BIG in hoofdlijnen

Kwaliteit

De belangrijkste doelstelling van de Wet BIG is het scheppen van voorwaarden voor het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg. Daarom staan er in de wet bepalingen over zaken als titelbescherming, registratie, voorbehouden handelingen en tuchtrecht. Als het nodig mocht blijken, kan de minister van VWS voor (categorieën van) solistisch werkende beroepsbeoefenaren ook andere kwaliteitsaspecten van de beroepsuitoefening regelen in uitvoeringsbesluiten. Enkele voorbeelden: administratie van patiëntendossiers, waarnemingsregeling en technische uitrusting van praktijkruimten. De Kwaliteitswet Zorginstellingen, van kracht sinds 1 april 1996, stelt soortgelijke eisen aan de kwaliteit van de zorg verleend door beroepsbeoefenaren werkzaam in organisatorische verbanden als instellingen en groepspraktijken.

Titelbescherming

De verdwijning van het verbod op de onbevoegde uitoefening van de geneeskunst betekent het einde van het stelsel van beroepsbescherming. Het verrichten van geneeskundige handelingen is niet langer voorbehouden aan bepaalde beroepsbeoefenaren. De Wet BIG introduceert een systeem van titelbescherming voor een beperkt aantal beroepsgroepen. Wie een wettelijk geregeld beroep uitoefent, mag een beschermde beroeps- of opleidingstitel voeren. Zo’n beroepsbeoefenaar moet voldoen aan een aantal wettelijke eisen.

De belangrijkste hebben betrekking op de opleiding. Met het voeren van een beschermde titel maken beroepsbeoefenaren aan publiek en verzekeraars duidelijk op welk gebied zij daadwerkelijk deskundig zijn een beroep kan op twee manieren wettelijk worden geregeld. Er is een ‘zware’ regeling bij wet (artikel 3) en een ‘lichte’ regeling bij Algemene Maatregel van Bestuur (artikel 34).

Zaans Medisch Centrum

We zijn sinds 1994 verbonden aan het Zaans Medisch Centrum.

Zorggroep ROHA Amsterdam

Dit is een samenwerkingsverband van 140 huisartsen uit de regio Amsterdam.

Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten

Podotherapeuten zijn erkende paramedici en voldoen aan een groot aantal kwaliteitseisen.

Kwaliteitsregister Paramedici

Specifieke informatie en informatie over de werkwijze van onze praktijk.